GRONINGEN · WESTERWOLDE, WEENDE & SMEERLING
Lieftinghsbroek
Een gesloten oud bos, met een toegankelijk landschap eromheen.
Het Lieftinghsbroek zelf is normaal niet toegankelijk. Ontdek het beekdal eromheen via het Beleefpad Smeerling of de Boomweideroute, en leer waarom oude bossen rust en een goed watersysteem nodig hebben.
JOUW VOLGENDE KEER BUITEN
Zo ontdek je
Lieftinghsbroek.
Voor het eerst hier? Begin hiermee en verdiep je daarna in wat jou nieuwsgierig maakt.
Lieftinghsbroek in het kort
- Waar ligt Lieftinghsbroek?
- Lieftinghsbroek ligt in Groningen.
- Welk landschap vind je hier?
- Oud loofbos, natte bosbodem, beekdal & boomweiden
- Zijn er wandelroutes beschikbaar?
- Er staat voor dit gebied nog geen volledige wandelroute op Naar Buiten. Dat betekent niet dat wandelen er verboden of onmogelijk is.
Natuurmonumenten organiseert alleen op aanvraag of op aangekondigde momenten excursies. De twee wandelkeuzes hieronder liggen in de omgeving bij Smeerling en gaan niet door het Lieftinghsbroek. Een excursie vergt afzonderlijke bevestiging van de beheerder.
Waarom hierheen?
Het Lieftinghsbroek is een kleine oude boskern op de flank van het dal van de Ruiten Aa. Binnen het bos liggen drogere loofbosdelen en nattere plekken met hun eigen begroeiing. Juist de langdurige ontwikkeling van bodem, hout en ondergroei maakt het waardevol. De beheerder laat het bos normaal gesloten; een gemarkeerde publiekswandeling door de kern is hier geen optie.
november · SEIZOENSVERWACHTING
Dood hout hoort bij het levende bos.
Zoek twee verschillende stadia van houtverval vanaf het pad.
Dit is seizoenskennis; geen bevestiging van aanwezigheid of omstandigheden vandaag.EEN CONCREET BEGIN
Boomweideroute bij Smeerling · omgeving
Vergelijk een vrijstaande boom in de weide met bomen die dicht bij elkaar staan.
Parkeerplaats Gasterij Natuurlijk Smeerling, Smeerling 15, 9591 TX Onstwedde. Gebruik de actuele routekaart van Natuurmonumenten.
Bezoekstartpunt. Er staat hier nog geen complete wandeling met routekaart en afstand klaar die in deze maand past.
Bekijk dit startpuntToegang en voorbereiding
3,5 km. Honden aangelijnd op de paden. Houd afstand van grazende Lakenvelders en houd doorgangen vrij. Deze route heeft niet dezelfde bevestigde toegankelijkheid als het verharde Beleefpad.
Broninformatie gecontroleerd op 2026-10-21. Tijdelijke wijzigingen kunnen later zijn ontstaan; volg de toegangsborden.
Het landschap en de achtergrond van dit gebied
MEER ZIEN BEGINT BIJ BEGRIJPEN
Begrijpen waarom je ergens niet naar binnen loopt.
Het Lieftinghsbroek is een kleine oude boskern op de flank van het dal van de Ruiten Aa. Binnen het bos liggen drogere loofbosdelen en nattere plekken met hun eigen begroeiing. Juist de langdurige ontwikkeling van bodem, hout en ondergroei maakt het waardevol. De beheerder laat het bos normaal gesloten; een gemarkeerde publiekswandeling door de kern is hier geen optie.
Voor een zelfstandig bezoek kiezen we twee bevestigde routes bij Smeerling, in de omgeving. Het Beleefpad is kort en verhard; de Boomweideroute combineert beekdal, houtwallen en Metbroekbos. Dat is een ander bos. De vogelkaarten op deze pagina horen bij oudere gegevens van Lieftinghsbroek, niet bij een actuele wandeling door Smeerling. Zo blijft duidelijk wat je bezoekt en waar de natuurkennis over gaat.
01 · VAN NIEUWSGIERIGHEID NAAR EEN BESTEMMING
Welke ontdekking past bij jou?
Kies een bezoekthema. Je krijgt een startpunt, kijktip en praktische voorbereiding.
Bekijk het beekdal zonder het gesloten bos in te gaan.
Het Beleefpad loopt over een betonpad met doorkijkjes over het Ellersinghuizerveld en informatie onderweg. Je gaat naar de buurtschap Smeerling en terug over hetzelfde pad. Kies dit als je een korte natuurervaring wilt, met zit- en beleefpunten.
Een ontdekking voor onderweg
Vergelijk het open veld met de groene randen. Welke lijnen volgen bomen, water en hagen? Het helpt begrijpen waarom een boskern niet losstaat van het landschap eromheen.
Bekijk de overgang van boomweide naar bos.
Deze openbare route combineert de Ruiten Aa, boomweiden, houtwallen en Metbroekbos. Daar laat Natuurmonumenten natuurlijke processen veel ruimte. Het is een bruikbaar alternatief om oud bos en dood hout te leren begrijpen; je betreedt er niet mee het Lieftinghsbroek.
Een ontdekking voor onderweg
Vergelijk een vrijstaande boom in de weide met bomen die dicht bij elkaar staan. Bekijk liggend hout vanaf het pad. Welke plekken zijn licht, welke beschut en waar kan een vogel tussen stam en bodem bewegen?
Bekijk welke volledige wandelingen beschikbaar zijn in Lieftinghsbroek.
Voor dit gebied staat nog geen volledige wandeling klaar.
Voor dit gebied is nog geen complete rondwandeling door onze controle van het traject, startpunt en toegang gekomen.
Zoek op gebied en wandelafstandMAAK MEER VAN JE BEZOEK
Kijken, spelen
en even pauzeren.
Ontdek kaartvermeldingen in en rond Lieftinghsbroek. Kies wat bij je bezoek past en bekijk wat over toegang bekend is.
1Picknickplek
bankje
Toegang nog niet bevestigd
In de omgeving van Lieftinghsbroek · circa 700 m van de gebiedsgrens
Een ingetekende plek voor een pauze.
Toegang & praktisch
Deze ingerichte kijk- of bezoekplek staat op de kaart, maar openbare toegang is niet bevestigd. Gebruik dit niet als bevestiging dat je hier nu kunt komen; controleer toegang voor vertrek.
Openingstijden zijn niet vermeld.
De marker komt uit een OSM-punt; de aanlooproute is niet vastgesteld.
Kaartobject laatst gewijzigd: 2011-06-12. Dat is geen bezoek- of toegangscontroledatum.
Over de gegevens en toegang
Deze kaartvermeldingen zijn gekoppeld aan de oorspronkelijke natuurgebiedsgrenzen. Een plek ligt binnen een gebied of maximaal één kilometer van de grens. ‘In de omgeving’ betekent niet dat er een openbare wandelverbinding is.
Bronstand 2026-10-20; verwerkt 2026-10-22. Plekken zonder toegangsvermelding hebben het label ‘toegang nog niet bevestigd’. OSM-toegang is een kaartgegeven en geen actuele controle bij de beheerder. Openingstijden en toegangsregels kunnen wijzigen; volg de aanwijzingen ter plaatse. Ontbrekende informatie wordt niet als gratis, toegankelijk of gesloten uitgelegd.
Locatiegegevens: © OpenStreetMap contributors, ODbL 1.0. Download de gepubliceerde gegevens. Geen dierwaarnemingen of gevoelige verblijfplaatsen. Foto’s tonen het gekoppelde gebied, niet de voorziening zelf.
ONTDEKKEN ONDERWEG
Kijk ook naar sporen, geluid en beweging.
Verdiep je voor je wandeling in dieren en hun leefwereld.
Verken de dierengidsenVerdiep je in de vogels bij dit gebied
02 · LEER KIJKEN, NIET ALLEEN NAMEN ONTHOUDEN
Vogels bij dit landschap.
Leer kijken naar de kenmerken en het gedrag van de vogels die bij dit landschap horen.
De vogelkaarten zijn gebaseerd op de historische gebiedsselectie uit 2015. Zij horen bij Lieftinghsbroek en bevestigen geen huidige aanwezigheid of specifieke vogelplek langs de omgevingsroutes bij Smeerling.

Zangvogels
Boomklever
Het bekende kop-omlaag klimmen laat zijn grip op de stam zien. De staart wordt niet zoals bij een specht als opvallende steun gebruikt. Ook luid roepen kan een eerste aanwijzing geven. Blijf bij een geschikte boom even staan: een vogel kan tijdens zijn zoektocht vanzelf weer zichtbaar worden.
Een vrij grote kop loopt over in een spitse snavel. De blauwgrijze bovenzijde contrasteert met warmere onderzijde en een donkere streep door het oog. De korte poten en sterke tenen geven een compacte houding tegen de stam. Kijk naar de verhouding van snavel en lichaam; een bruine vogel die tegen dezelfde boom zit kan een heel andere soort zijn.
Zo kijk je naar deze vogel
Het gebiedsverhaal
Boomklever is in de historische Lieftinghsbroekgegevens uit 2015 opgenomen en wordt ook in de officiële gebiedsbeschrijving genoemd. Het is een vogel om boomstammen anders mee te bekijken: hij kan met de kop omlaag langs de stam bewegen. Dat bewijst geen aanwezigheid op de openbare omgevingsroute.
Zelf kijken
Luister vanaf een bospad naar herhaalde fluittonen.
Het seizoen van de soort
Gevestigde Nederlandse boomklevers blijven doorgaans het hele jaar in hun omgeving. Jonge vogels zwerven voordat ze zelf een plek vinden.
Let op verwarring
De boomkruiper is bruiner, heeft een gebogen snavel en beweegt meestal omhoog. De boomklever kan juist opvallend met zijn kop omlaag gaan.
Historisch gemeld in de beschikbare gebiedsselectie. Geen bevestiging van aanwezigheid vandaag.
Bekijk onze vogelgids
Roofvogels
Buizerd
Wachten op een paal, laag zoeken en cirkelen zijn verschillende gedragingen. Een cirkelende vogel is niet noodzakelijk op jacht; opgaande lucht kan ook helpen om hoogte te winnen of zich te verplaatsen. Volg hoe lang de vleugels stil worden gehouden en wanneer weer wordt geslagen.
Buizerds variëren van zeer licht tot donkerbruin. De kop steekt niet extreem ver uit en de vrij korte staart is afgerond met fijne bandering. Tijdens cirkelen kunnen de brede vleugels iets omhoog worden gehouden. Kijk naar het geheel: losse witte vlekken vertellen minder dan de verhoudingen.
Zo kijk je naar deze vogel
Het gebiedsverhaal
Buizerd staat eveneens in de oude gebiedsselectie. Bij een zichtbare roofvogel boven het landschap geven brede vleugels en de manier van cirkelen houvast. De gegevens horen bij Lieftinghsbroek; een waarneming bij Smeerling moet je zelf herkennen en is hiermee niet bevestigd.
Zelf kijken
Kies een veilig openbaar uitzicht over halfopen terrein.
Het seizoen van de soort
Veel Nederlandse broedvogels blijven in eigen land. In najaar en winter kunnen vogels uit noordelijker delen van Europa het beeld aanvullen.
Let op verwarring
Een wespendief heeft andere verhoudingen van kop en staart. Alleen donker of licht is geen betrouwbaar onderscheid.
Historisch gemeld in de beschikbare gebiedsselectie. Geen bevestiging van aanwezigheid vandaag.
Bekijk onze vogelgidsBewaar wat je wilt leren herkennen. Je selectie is op dit apparaat beschikbaar, ook bij andere gebieden. De volledige historische gebiedslijst staat achter de zoekfunctie hieronder.
Bekijk mijn kijklijstZelf een vogel zoekenOpen de gebiedslijst en filters
VERDIEP JE IN EEN SOORT
Wat wil jij ontdekken?
Zoek een vogel, vergelijk de kenmerken en bewaar je favorieten voor onderweg.
Je selectie · alle maanden

Boomklever
Sitta europaeaEen vrij grote kop loopt over in een spitse snavel. De blauwgrijze bovenzijde contrasteert met warmere onderzijde en een donkere streep door het oog. De korte poten en sterke tenen geven een compacte houding tegen de stam. Kijk naar de verhouding van snavel en lichaam; een bruine vogel die tegen dezelfde boom zit kan een heel andere soort zijn.
Zo leer je deze vogel kennen
Waar kun je op letten?
Luister vanaf een bospad naar herhaalde fluittonen.
Leefomgeving van de soort
Oudere loofbomen bieden veel stamoppervlak, voedsel in de schors en geschikte holtes. Gevarieerd bos is belangrijk, maar ook een park of grote tuin kan een deel van die structuur leveren. Jonge aanplant is niet direct een vervanging voor een verzameling volwassen bomen.
Het seizoen van de soort
Gevestigde Nederlandse boomklevers blijven doorgaans het hele jaar in hun omgeving. Jonge vogels zwerven voordat ze zelf een plek vinden.
Neem de tijd om te kijken en geef de vogels de ruimte.

Boomkruiper
Certhia brachydactylaEen gevlekte bruine rug past bij de boomstam, terwijl de onderzijde veel lichter is. De dunne gebogen snavel is geschikt om kleine dieren uit spleten te halen. De staart kan tijdens het klimmen als steun tegen de stam drukken.
Zo leer je deze vogel kennen
Waar kun je op letten?
Volg vanaf één plek een klimroute zonder om de boom heen te jagen.
Leefomgeving van de soort
Bomen in parken, tuinen en steden kunnen leefgebied bieden. Oude stammen en schorsspleten leveren mogelijkheden om voedsel te zoeken. Het gaat dus om eigenschappen van bomen, niet alleen om het etiket bos op een kaart.
Het seizoen van de soort
Nederlandse boomkruipers blijven doorgaans in hun broedgebied. De seizoensverandering gaat hier dus vooral over zang, broeden en voedselbeschikbaarheid, niet over een jaarlijkse reis naar een ander werelddeel.
Neem de tijd om te kijken en geef de vogels de ruimte.

Buizerd
Buteo buteoBuizerds variëren van zeer licht tot donkerbruin. De kop steekt niet extreem ver uit en de vrij korte staart is afgerond met fijne bandering. Tijdens cirkelen kunnen de brede vleugels iets omhoog worden gehouden. Kijk naar het geheel: losse witte vlekken vertellen minder dan de verhoudingen.
Zo leer je deze vogel kennen
Waar kun je op letten?
Kies een veilig openbaar uitzicht over halfopen terrein.
Leefomgeving van de soort
De combinatie van bomen en open voedselterrein maakt veel Nederlandse landschappen bruikbaar. Bosranden, houtwallen, grasland en moerassen kunnen ieder een rol spelen. De vogel laat daarmee zien dat één soort verschillende onderdelen van het landschap nodig heeft.
Het seizoen van de soort
Veel Nederlandse broedvogels blijven in eigen land. In najaar en winter kunnen vogels uit noordelijker delen van Europa het beeld aanvullen.
Neem de tijd om te kijken en geef de vogels de ruimte.

Goudhaan
Regulus regulusHet mosgroene lijf en de gele kruinstreep vallen op zodra de vogel even goed zit. Zwarte banen begrenzen de kruin. Het donkere kraaloog ligt in een lichtgrijs gezicht. Dat gezicht is belangrijk om verwarring met een vuurgoudhaan te vermijden.
Zo leer je deze vogel kennen
Waar kun je op letten?
Zoek eerst met het blote oog naar beweging.
Leefomgeving van de soort
Voor broeden is naaldbos, vooral sparrenbos, belangrijk. De fijne takken en naalden bieden veel oppervlakken om kleine prooien van te halen. Tijdens trek en in de winter wordt een breder scala aan bosjes en beplantingen gebruikt. Een vogel in een kuststruik vertelt dus een ander verhaal dan een zingende vogel in een sparrenbos.
Het seizoen van de soort
Goudhanen kunnen trekken en populaties vervangen elkaar gedeeltelijk. In de herfst kunnen noordelijke vogels langs de kust verschijnen. De hoofdperioden van verplaatsing vallen in september–november en maart–april. De trek vindt veelal ’s nachts plaats.
Neem de tijd om te kijken en geef de vogels de ruimte.

Goudvink
Pyrrhula pyrrhulaHet volwassen mannetje heeft roodroze wangen en onderzijde, een zwarte kopkap en korte, dikke zwarte snavel. De nek oogt breed. In de vleugel valt een lichte band op en in vlucht is de witte stuit belangrijk. Het rood alleen is geen volledig herkenningskenmerk.
Zo leer je deze vogel kennen
Waar kun je op letten?
Sta stil bij een struikenrand met voedsel en dekking naast elkaar.
Leefomgeving van de soort
Goudvinken gebruiken uiteenlopende bossen, maar de structuur onder de boomkronen telt mee. Dichte struiken en jonge groei bieden nestgelegenheid en dekking. Ook een groot, gevarieerd park of een tuin met stevige struiklaag kan passen. Alleen hoge bomen boven kort gras bieden minder van die combinatie. Kijk daarom niet uitsluitend omhoog, maar ook naar de dichte overgang tussen pad, struik en bos.
Het seizoen van de soort
Nederlandse goudvinken trekken weinig, maar zwerven buiten de broedtijd naar voedsel. In het najaar komen ook vogels uit noordelijker en oostelijker gebieden aan. Onregelmatig worden noordse goudvinken gemeld; die aanwezigheid volgt niet automatisch uit een groep in oktober.
Neem de tijd om te kijken en geef de vogels de ruimte.

Grote barmsijs
Acanthis flammeaHet verenkleed oogt bleek en grijzig. Donkere strepen op de lichte onderzijde en een lichte vleugelstreep vallen op. Het rode voorhoofd en de donkere bef geven de kop contrast. De hoeveelheid streping varieert; één erg lichte vogel is daardoor niet automatisch een andere soort.
Zo leer je deze vogel kennen
Waar kun je op letten?
Benoem eerst de boomsoort.
Leefomgeving van de soort
In het broedgebied zijn berkenbos en jonge naaldbomen belangrijk. In Nederland worden onder meer berken, elzen en lariksen gebruikt. Bekijk de zaaddragende delen van bomen: een rij elzen kan tijdens een winterdag een gerichter voedselonderwerp zijn dan een groot bos zonder bereikbare zaden.
Het seizoen van de soort
Noordelijke vogels kunnen ’s winters zuidelijker gebieden bereiken, waaronder Nederland. In jaren met sterke verplaatsingen kan de aankomst in het najaar opvallend zijn. De vogels trekken overdag en kustlijnen kunnen bewegingen concentreren.
Neem de tijd om te kijken en geef de vogels de ruimte.

Heggenmus
Prunella modularisDe blauwgrijze kop en borst contrasteren subtiel met de bruine, donker gestreepte rug. De snavel is fijn en spits. Mannen en vrouwen lijken in het veld sterk op elkaar.
Zo leer je deze vogel kennen
Waar kun je op letten?
Wacht bij een heg met zicht op de bodem.
Leefomgeving van de soort
Tuinen, parken, houtwallen en bosranden met struiken bieden leefruimte. De bodem onder de beplanting is belangrijk.
Het seizoen van de soort
Nederlandse broedvogels blijven grotendeels. In de herfst komen ook vogels uit Scandinavië en noordelijk Duitsland; een deel trekt verder naar Frankrijk.
Neem de tijd om te kijken en geef de vogels de ruimte.

Houtduif
Columba palumbusDe houtduif is een forse duif met een brede roze borst en een witte vlek aan de hals. De brede witte vleugelbaan is vooral in vlucht een sterk kenmerk. Mannetje en vrouwtje lijken uiterlijk sterk op elkaar.
Zo leer je deze vogel kennen
Waar kun je op letten?
Controleer de witte halsvlek bij een volwassen vogel.
Leefomgeving van de soort
Houtduiven gebruiken bossen, parken, tuinen en ander boomrijk landschap. Voor voedsel kunnen zij akkers en open terreinen bezoeken. Buiten het broedseizoen kunnen groepen samenkomen in eikenbossen. De locatie van een voedselgroep hoeft dus niet dezelfde te zijn als het broedgebied van alle aanwezige vogels.
Het seizoen van de soort
Veel Nederlandse broedvogels blijven, terwijl een deel zuidwestwaarts trekt. In de winter kunnen vogels uit Duitsland en Scandinavië erbij komen. Een Nederlandse wintergroep bestaat daardoor niet automatisch uit lokale tuinbroedvogels. Individuele herkomst kun je niet aan het uiterlijk aflezen.
Neem de tijd om te kijken en geef de vogels de ruimte.

Kolgans
Anser albifronsDe witte kol ligt aan de snavelbasis. De roze snavel en oranje poten passen bij het geheel. Donkere buikstrepen zijn bij volwassen vogels opvallend, maar kunnen door houding of gras verborgen zijn.
Zo leer je deze vogel kennen
Waar kun je op letten?
Bekijk roze snavel en oranje poten.
Leefomgeving van de soort
In Nederland worden graslanden, natte velden en soms oogstresten gebruikt als voedselplek. Rust wordt onder meer op water gezocht. De voedselgroep op een weiland kan elders overnachten; een stip op de kaart toont maar één fase van de dag. Publiceer rustplaatsen niet als precieze benaderingspunten.
Het seizoen van de soort
Veel Nederlandse wintervogels komen uit noordwestelijk Rusland en Siberië. Vanaf het najaar, vaak vanaf oktober, wordt Nederland belangrijk en in het voorjaar vertrekken de meeste wintergasten weer. De precieze timing verschilt met omstandigheden.
Neem de tijd om te kijken en geef de vogels de ruimte.

Koolmees
Parus majorDe zwarte kop met witte wangen en gele onderzijde maakt de soort herkenbaar. Bij mannetjes is de zwarte streep over borst en buik doorgaans breder. De rug is groenig en de vleugel heeft een lichte streep.
Zo leer je deze vogel kennen
Waar kun je op letten?
Zoek witte wangen en de zwarte buikstreep.
Leefomgeving van de soort
Bos, park en tuin kunnen geschikt zijn wanneer voedsel en nestgelegenheid samen aanwezig zijn. Een boomrijke omgeving is belangrijker dan de formele grens tussen tuin en natuurgebied.
Het seizoen van de soort
Nederlandse koolmezen zijn grotendeels standvogels. Noordelijke en oostelijke vogels kunnen ons land in najaar en winter aanvullen. De terugtrek valt minder opvallend in het voorjaar. Een winterse toename in een tuin kan dus door voedsel én door een andere samenstelling worden beïnvloed.
Neem de tijd om te kijken en geef de vogels de ruimte.

Matkop
Poecile montanusEen bruine mees met lichte wangen, zwarte kap en een vrij ruime zwarte bef. Vaak is een bleek paneel op de vleugel zichtbaar. De kap kan mat lijken, maar glans wisselt met het licht: gebruik dat nooit als enige scheidingskenmerk.
Zo leer je deze vogel kennen
Waar kun je op letten?
Luister naar de nasale gerekte roep.
Leefomgeving van de soort
Jonger loofbos, wilgen, berken, houtwallen en vochtige bosdelen passen bij het leefgebied. Zacht, aangetast hout is belangrijk voor het uitgraven van een holte.
Het seizoen van de soort
De matkop is vooral standvogel. Lokale wintergroepen en territoriaal gedrag veroorzaken wisselingen in zichtbaarheid zonder jaarlijkse verre trek.
Neem de tijd om te kijken en geef de vogels de ruimte.

Merel
Turdus merulaHet volwassen mannetje is zwart en heeft een gele tot oranjeachtige snavel. De relatief lange staart en lijsterachtige bouw helpen tegenover andere donkere vogels. Licht kan de glans veranderen, dus kijk niet uitsluitend naar de indruk zwart.
Zo leer je deze vogel kennen
Waar kun je op letten?
Vergelijk zwarte man en bruin vrouwtje.
Leefomgeving van de soort
Grasvelden, struiken en bomen kunnen samen een geschikte leefomgeving vormen. Vochtige bossen en groene woonwijken zijn belangrijke contexten. Een kleine tuin kan deel uitmaken van een groter netwerk.
Het seizoen van de soort
Veel Nederlandse merels blijven, terwijl een deel zuidelijker of naar Engeland trekt. In de herfst trekken Noord-Europese vogels, vaak ’s nachts, door Nederland. In het voorjaar volgt de omgekeerde beweging. Een vertrouwde soortnaam betekent daarom niet dat alle vogels in de tuin dezelfde herkomst hebben.
Neem de tijd om te kijken en geef de vogels de ruimte.

Middelste Bonte Specht
Dendrocoptes mediusDe kruin is rood bij beide geslachten en in alle kleden. Het witte gezicht is relatief open, met het oog in wit. De onderstaart is zalmroze en er staan streepjes op de flank. De vleugels zijn zwart-wit met een grote witte schoudervlek.
Zo leer je deze vogel kennen
Waar kun je op letten?
Kies een openbaar pad door oud loofbos.
Leefomgeving van de soort
Oud loofbos met ruwe bast, met name oude eiken, vormt de kern. Open plekken en takstructuur maken deel uit van dat geheel. De soort zoekt niet uitsluitend tegen een rechte stam: ook horizontale en dunnere takken worden benut. Een boswandeling wordt informatiever wanneer je kijkt naar ouderdom en structuur in plaats van alleen de algemene boomhoogte.
Het seizoen van de soort
De soort is hoofdzakelijk standvogel en overwintert rond het broedgebied. Jonge vogels kunnen uitzwerven, vooral na de broedtijd. Uitzonderlijke records buiten bekende gebieden laten verspreiding zien, maar niet automatisch een nieuwe lokale broedpopulatie.
Neem de tijd om te kijken en geef de vogels de ruimte.

Pimpelmees
Cyanistes caeruleusHet blauwe kruintje, de lichte wang, smalle donkere oogstreep en kleine donkere kinvlek vormen de koptekening. De borst is geel en de vleugels blauwachtig. Kleursterkte varieert; alleen helderheid is geen zekere geslachtsbepaling.
Zo leer je deze vogel kennen
Waar kun je op letten?
Zoek het blauwe petje en de smalle oogstreep.
Leefomgeving van de soort
Boomrijke gebieden met oude loofbomen zijn belangrijk. Pimpelmezen gebruiken ook parken en tuinen en kunnen in nestkasten broeden. In de winter worden zelfs rietkragen bezocht. Een nestkast laat dus maar één functie zien: de omringende vegetatie moet ook voedsel en dekking leveren.
Het seizoen van de soort
Pimpelmezen zijn in Nederland vooral standvogel. Sommige zwerven verder en in het najaar kunnen vogels uit Scandinavië en het Oostzeegebied aankomen of doortrekken. De voorjaarsbeweging is doorgaans beperkter. Een vogel op de wintervoerplek hoeft dus niet dezelfde te zijn als de zomerbroeder.
Neem de tijd om te kijken en geef de vogels de ruimte.

Sijs
Spinus spinusHet mannetje is opvallend geelgroen met zwarte kruin en kin. Donkere vleugels dragen een contrasterende gele streep. Het korte gevorkte staartje heeft gele zijkanten.
Zo leer je deze vogel kennen
Waar kun je op letten?
Bekijk hoe een vogel een elzenprop bewerkt.
Leefomgeving van de soort
Naaldbossen zijn belangrijk voor broeden. Buiten de broedtijd zoeken sijzen onder meer elzen, berken, wilgen en naaldbomen op. Ook tuinen en parken kunnen worden gebruikt. Grote open vlaktes zonder bomen passen minder bij de voedselstrategie.
Het seizoen van de soort
Noordelijke en oostelijke vogels trekken in herfst en voorjaar door Nederland en kunnen hier overwinteren. Voedseltekort kan afwijkende of vroege bewegingen veroorzaken. De aantallen verschillen sterk tussen jaren.
Neem de tijd om te kijken en geef de vogels de ruimte.

Staartmees
Aegithalos caudatusLichte onderdelen, een ronde lichte kop met meestal donkere zijkruinstrepen, een donkere rug en een zeer lange donkere staart. Roodbruine tinten zitten rond vleugel en schouder. Een witte kop alleen bewijst niet de noordelijke ondersoort: ook gewone vogels kunnen veel wit tonen.
Zo leer je deze vogel kennen
Waar kun je op letten?
Luister naar hoge contactroepjes.
Leefomgeving van de soort
Bossen, parken, landgoederen en tuinen met voldoende bomen en struiken bieden een fijnvertakt voedselgebied. De soort zoekt ook tot aan de dunste twijgen.
Het seizoen van de soort
Nederlandse vogels zijn grotendeels standvastig met lokale winterbewegingen. Noordelijke ondersoorten kunnen soms verschijnen, maar veel wit op de kop is daarvoor geen voldoende bewijs.
Neem de tijd om te kijken en geef de vogels de ruimte.

Vink
Fringilla coelebsHet mannetje heeft in broedkleed een blauwgrijze kruin met oranjerode borst en wangen. De korte kegelsnavel past bij het verwerken van zaden. Witte vleugelstrepen en lichte buitenste staartpennen geven ook buiten het kleurigste beeld herkenningspunten.
Zo leer je deze vogel kennen
Waar kun je op letten?
Zoek de twee lichte vleugelstrepen.
Leefomgeving van de soort
Bos, park en tuin kunnen voedsel en broeddekking bieden. De combinatie van bomen, struiken en bereikbare voedselgrond is belangrijker dan de formele gebiedsgrens.
Het seizoen van de soort
Veel Nederlandse vinken blijven, een deel trekt zuidelijker. Noordelijke en noordoostelijke vogels trekken in het najaar door Europa naar zuidwestelijke wintergebieden. De trek vindt veel overdag plaats en kan langs groot open water worden gebundeld. Een herfstgroep heeft daardoor niet automatisch plaatselijke herkomst.
Neem de tijd om te kijken en geef de vogels de ruimte.

Winterkoning
Troglodytes troglodytesDe bruine vogel heeft een lichte wenkbrauw, fijne poten en een kleine spitse snavel. De staart wordt vaak omhoog gehouden. Snelle lage vluchten tussen struiken zijn kenmerkend. Man en vrouw zijn niet met een eenvoudige kleurregel te onderscheiden.
Zo leer je deze vogel kennen
Waar kun je op letten?
Kies een dichte onderrand langs een openbaar pad.
Leefomgeving van de soort
Dichte dekking is de constante factor: bosranden, tuinen, parken, moerassen en duinstruweel kunnen passen. Boomrijke stadsdelen zijn niet uitgesloten. De vogel zoekt veelal op of laag boven de grond. Een rommelige onderlaag kan daardoor belangrijker zijn dan een strak gazon met enkele losse bomen.
Het seizoen van de soort
Volwassen Nederlandse winterkoningen blijven doorgaans in hun omgeving. Jonge vogels zwerven wat; noordelijke vogels kunnen tijdens trek passeren. Bij streng winterweer zijn lokale verplaatsingen mogelijk naar plekken waar voedsel beter bereikbaar is.
Neem de tijd om te kijken en geef de vogels de ruimte.
03 · EEN ANDER SEIZOEN, EEN ANDER VERHAAL
Wanneer wil jij hier zijn?
Seizoenskennis helpt een bezoek kiezen. We bevestigen hiermee geen actuele aanwezigheid, bloei of lokale piek.
Voorjaar
Licht op de bosbodem is een tijdelijk venster.
In oude loofbossen kunnen voorjaarsplanten groeien voordat het bladerdak sluit. De openbare Boomweideroute door Metbroekbos geeft een kans om dit proces te begrijpen zonder de gesloten boskern te bezoeken. Welke planten daadwerkelijk bloeien, hangt van het jaar af.
Zomer
Boomweiden laten zien wat een vrijstaande boom doet.
Een losse boom in grasland krijgt ander licht en ruimte dan een boom midden in bos. Het beekdal en de houtwallen maken die verschillen goed voorstelbaar. Kies het verharde pad als een kort bezoek beter past.
Herfst
Dood hout hoort bij het levende bos.
Schimmels en afbraakprocessen maken van hout opnieuw voedsel en leefruimte. Bekijk vanaf de openbare route in Metbroekbos wat zichtbaar is en verplaats geen stammen of takken. Dit is een bosproces, geen melding van een actuele paddenstoelenpiek.
Winter
Een nat landschap vraagt een passende route.
Water is belangrijk voor de oude boskern en het beekdal. Winterweer kan onverharde paden zwaar maken; het betonpad biedt een andere bezoekkeuze, al kan ook verharding glad worden bij vorst.
OOK ZONDER EEN BIJZONDERE ONTMOETING
Een oud bos is ook een oude bodem.
Bomen alleen maken nog geen oude boskern. De ontwikkeling van de bodem, de verschillende natte en droge plekken en het blijven liggen van hout bepalen veel van de natuurwaarde. Waterbeheer buiten de bosgrens werkt door naar binnen. De natuurontwikkeling in het omliggende beekdal is daarom onderdeel van het verhaal. Je kunt die samenhang langs de openbare routes begrijpen en de beschermde kern tegelijk haar rust laten.
Probeer dit eens
Vergelijk langs de gekozen omgevingsroute een open weide, een houtwal en bos. Teken waar schaduw en dekking beginnen en waar het terrein lager ligt.
04 · GOED VOORBEREID NAAR BUITEN
Dit wil je weten voordat je gaat.
Bezoekinformatie gecontroleerd op 21 oktober 2026. Controleer veranderingen bij de beheerder voor vertrek.
Smeerling en Metbroekbos zijn alternatieven in de omgeving
De routes liggen buiten de gesloten kern van Lieftinghsbroek. Een pad in een kaartapp of een historische vogelvermelding geeft geen toegang tot het beschermde bos. Wil je een begeleid bezoek, raadpleeg dan de beheerder voor een bevestigde excursie en voorwaarden.
Kort en toegankelijk
Beleefpad Smeerling: 2 km over een betonpad vanaf Eemboerveldweg in Onstwedde.
Beekdal en Metbroekbos
Boomweideroute: 3,5 km vanaf Smeerling 15, een andere start dan het Beleefpad.
Het bos zelf alleen met de beheerder
Natuurmonumenten geeft informatie over excursies op aanvraag en geplande activiteiten. Ga pas uit van deelname na bevestiging.
Vraag naar een begeleid bezoekJOUW VOLGENDE KEER BUITEN
Geef je ontdekking een datum.
Noteer wat je wilt ontdekken. Je bestemming gaat mee in je agenda-bestand. Je plan blijft op dit apparaat.
Ga verder in Mijn buitenplanWeer voor je bezoek
De komende 48 uur bij dit gebied. Voor een later bezoek is er hier nog geen verwachting.
De weersverwachting wordt opgehaald…
Laat de natuur haar eigen gang gaan.
Blijf op toegestane paden, observeer op afstand en gebruik geen lokgeluiden. Nesten en rustplaatsen zijn geen bezoekdoel.
HANDIG VOOR JE EERSTE OF VOLGENDE BEZOEK
Veelgestelde vragen over Lieftinghsbroek
Kan ik zelfstandig door het Lieftinghsbroek wandelen?
Normaal niet. Het bos is vanwege zijn kwetsbaarheid niet vrij toegankelijk. Een excursie kan alleen via de beheerder en onder de geldende voorwaarden.
Waar kan ik wel wandelen?
Bij Smeerling liggen het verharde Beleefpad van 2 km en de Boomweideroute van 3,5 km. Die lopen in de omgeving en niet door het Lieftinghsbroek.
Zijn Metbroekbos en Lieftinghsbroek hetzelfde bos?
Nee. Het zijn afzonderlijke oude bosgebieden in het dal van de Ruiten Aa. De openbare Boomweideroute gaat door Metbroekbos; de vogelgegevens op deze pagina horen bij Lieftinghsbroek.
Waar start het toegankelijke Beleefpad?
Aan de Eemboerveldweg in Onstwedde. Het betonpad is volgens Natuurmonumenten geschikt voor rolstoel, rollator, scootmobiel en buggy. De totale afstand heen en terug is 2 km.
Welke vogels worden hier onderbouwd genoemd?
Boomklever en buizerd staan in de historische gebiedsselectie uit 2015. Boomklever wordt ook in de officiële gebiedsbeschrijving genoemd. Dit is geen actuele melding op de routes bij Smeerling.
Mag de hond mee?
Op de twee beschreven openbare omgevingsroutes aangelijnd. Een excursie door het gesloten bos kan andere voorwaarden hebben, waaronder een hondenverbod. Controleer die bij de beheerder.



