LEREN KIJKEN · Zoogdieren
Grote bosmuis
Apodemus flavicollis
De grote bosmuis is vooral ’s nachts actief. Klimmen en springen gaan hem goed af, waardoor een bos niet alleen een bodemlaag maar ook een verticale leefwereld is.

01 · LEER HET ZOEKBEELD KENNEN
Zo herken je de grote bosmuis.
Kijk naar vorm, kleur en beweging. Juist de combinatie helpt je herkennen wat je ziet.
Begin bij het uiterlijk
Een duidelijke overgang tussen bruine rug en witte buik; vergelijk zorgvuldig met bosmuis.
Kijk nog eens goed
De grote bosmuis heeft een opvallend lichte buik tegenover een warmbruine rug, met een vrij scherpe scheiding. De gele borstvlek loopt uit tot een brede halsband. Grote oren, grote ogen en een lange staart passen bij het zoekbeeld. De gewone bosmuis lijkt sterk; een losse gelige vlek is niet voldoende voor zekerheid.
02 · EEN DIER EN ZIJN LANDSCHAP
De leefwereld van de grote bosmuis.
Afwisselend terrein met dekking van begroeiing of stenen.
Hoe ziet een dag eruit?
De grote bosmuis is vooral ’s nachts actief. Klimmen en springen gaan hem goed af, waardoor een bos niet alleen een bodemlaag maar ook een verticale leefwereld is. Hij gebruikt vaak bestaande holen van andere dieren en graaft minder vaak zelf een nieuw hol. Beschutte nestplaatsen en voedselvoorraden horen bij hetzelfde leefgebied. Aan de oppervlakte zie je daarvan meestal maar een korte voedseltocht; een groot deel van het dagelijkse leven blijft verborgen.
03 · ETEN, GROEIEN EN JONGEN GROOTBRENGEN
Wat speelt zich buiten ons zicht af?
Wat staat er op het menu?
De grote bosmuis zoekt graag energierijke boomzaden en noten, zoals eikels en hazelnoten. Daarnaast eet hij bessen, andere vruchten, jonge plantendelen en wortels. In de zomer worden ook ongewervelden benut. De voedselzoektocht blijft niet op de grond: hij kan goed klimmen en eten hoog in een boom bereiken. Op verschillende plekken worden voorraden aangelegd. Wat in de herfst naar een schuilplaats wordt gedragen, kan daardoor later in het jaar van waarde zijn.
Een nieuwe generatie
Het voortplantingsseizoen loopt van het voorjaar tot in de herfst. Een vrouwtje kan meerdere nesten grootbrengen. De jongen beginnen kaal, krijgen daarna een grijze vacht en ontwikkelen later ook de kenmerkende halsband. De moeder kan een te ver afgedwaald jong naar het nest terugbrengen. Het nest zelf is met bladeren en mos bekleed en ligt vaak onder een wortelstronk of in een bestaande holte. Het verblijf kan ook een oude nestkast of een verlaten vogelnest zijn.
04 · ELKE LEVENSFASE VERTELT IETS ANDERS
Grote bosmuis door het jaar.
Voedsel zoeken, opgroeien en rusten: ontdek hoe het leven van deze soort verandert.
Voorjaar
De voortplanting komt op gang en voorraden uit de winter kunnen nog worden gebruikt. Bij een verblijfplaats kunnen voedselresten naar buiten worden gewerkt. Zo wordt soms zichtbaar dat een ogenschijnlijk leeg hol deel uitmaakt van een zorgvuldig gebruikte leefwereld.
Zomer
Jonge dieren groeien op en de voedselkeuze omvat naast plantenmateriaal ook insecten en andere ongewervelden. In de nacht kunnen grote bosmuizen hun klimvermogen gebruiken om zaden en andere hapjes boven de bodem te bereiken.
Herfst en winter
Eikels, hazelnoten en andere zaden kunnen naar voorraadplekken worden gebracht. De grote bosmuis houdt geen winterslaap die het eten overbodig maakt. Beschutte nesten en opgeslagen voedsel helpen om het seizoen met minder vers aanbod door te komen.
05 · MAAK VAN KIJKEN EEN ONTDEKKING
Let ook op wat achterblijft.
Aangevreten noten, kegels en zaden kunnen op kleine knaagdieren wijzen. Bij de grote bosmuis zijn zulke sporen moeilijk van die van andere muizen te onderscheiden. In het voorjaar kunnen resten uit een wintervoorraad bij een hol verschijnen. Laat ze liggen en probeer het dier zelf te bekijken zonder de ingang te verstoren.
06 · VAN LEREN KIJKEN NAAR ZELF OP PAD
Begin bij het landschap.
Gebruik de leefwereld en kijktips hierboven als vertrekpunt voor je volgende wandeling.
Kies een natuurgebied voor een wandeling en laat je verrassen door wat je onderweg tegenkomt.
Verken alle natuurgebiedenVERDER ONTDEKKEN · Zoogdieren



